Voorpremière van het Dutch Mountain Film Festival

filmmakers-en-klimmers-gaan-discussie-niet-uit-de-weg-bij-dmff-by-Pascal-Moors-matthijs-de-winter

Op 8 februari vindt de vierde editie van het DMFF (Dutch Mountain Film Festival) plaats in Heerlen. Het festival onderscheidt zich van andere bergfilm-evenementen die Nederland aandoen zoals, EOFT, Banff Mountain Film Festival en de Reel Rock Tour, door niet alleen extreme bergsport te laten zien, want er worden ook films vertoond over bergvolken en -cultuur, zoals de prachtige documentaire ‘The Only Son’ van Simonka de Jong uit 2012. Daarnaast is in het Randprogramma ruimte voor kunstenaars die zich laten inspireren door de bergen. Dit maakt het een veelzijdig evenement met voor ieder wat wils, niet alleen voor Red Bull drinkers maar ook voor natuur- en cultuurliefhebbers. Het een sluit het ander overigens niet uit.

Op dinsdagavond 7 januari in het EYE Film Instituut Nederland te Amsterdam vond een van de drie voorpremières plaats. Op deze avond werd de film ‘Eye to eye with Everest’ van Milan Collin vertoond, over een dramatisch verlopen Everest-expeditie. Onder leiding van Matthijs de Winter – hoofdredacteur van Op Pad – was er na afloop een discussie over de ethische en technische aspecten van het filmen van bergsport in het algemeen.

filmmakers-en-klimmers-gaan-discussie-niet-uit-de-weg-bij-dmff-by-Pascal-Moors-edmond-ofnerOnder de genodigden was een deel van de crème de la crème van het klassiek alpinisme en de expeditiebergsport, waaronder: Robert EckhardtEdmond ÖfnerFrits VrijlandtRozemarijn JanssenKatja Staartjes en Wilco van Rooijen. Daarnaast waren er ook wat minder bekende gezichten van ‘aanstormend’ modern klimtalent, zoals de twee ijsklimmers Marianne van der Steen en Dennis van Hoek. De grote klimmers namen geen blad voor de mond, ze spaarden de filmmakers niet en waren het onderling ook niet altijd eens. Zo zijn klimmers, ook als ze niet klimmen; recht voor zijn raap, keihard en niet bang voor de confrontatie. Met als gevolg een zeer interessante discussie. Zo stoorde Van Rooijen zich aan de beeldvorming door dergelijke films: “het ziet er hier uit of iedereen de Everest kan gaan beklimmen, een klimmer dient in topconditie te zijn! Dit vertroebelt de beeldvorming naar de buitenwereld.”

De film werd uiteenlopend ervaren door de aanwezigen, van “aangrijpend” tot “te weinig uitdieping van de karakters”, tot “de passie voor het klimmen wordt onvoldoende in beeld gebracht”. Filmmaker Collin gaf aan dat het doel van deze film was om de moeilijkheden in beeld te brengen waarmee een filmer geconfronteerd wordt onder extreme omstandigheden, zoals die bij een Everest beklimming. Dat is volgens ons ook een iets te beperkte visie. Al kort na het begin van de film kwamen de filmmakers in beeld in interviewfragmenten opgenomen na afloop van de expeditie. Hun – overigens interessante – observaties en duiding had beter als voice-over gekund.

filmmakers-en-klimmers-gaan-discussie-niet-uit-de-weg-bij-dmff-by-Pascal-Moors-milan-collinHet camerawerk boven de 7000 meter was door klimmers gedaan. Daar was ook niet iedereen over te spreken, echter Vrijlandt gaf aan ook wel eens een film te hebben gemaakt waarbij de filmcrew niet verder was gekomen dan basecamp, zonder nadelige gevolgen voor de film zelf.

De expeditieleider uit de film, Harry Kikstra, werd verweten voor het geld van zijn klant te zijn gezwicht. De sleutelscène was volgens velen het gesprek waarin Kikstra zijn klant Thomas Weber confronteert met het feit dat hij bij een andere expeditieleider een ander verhaal zou hebben opgehangen over zijn klimervaring. Ook waren er twijfels over zijn vermeende blindheid die zou optreden boven de 7000 meter. Deze verhaallijn krijgt verder geen aandacht, de expeditie wordt vervolgd en Weber komt uiteindelijk niet levend de berg af.

Ook de niet-klimmers zoals, filmeditors, kunstenaars en buitensportliefhebbers mengden zich in de discussie met dilemma’s als: “Mag je een scenario gebruiken?”, “Mag je gedeelten van je film ‘scripten’?” en “Mag je een tweede ‘take’ nemen van passages van de beklimming, en worden de klimmers daar dan chagrijnig van?”.

Verder vragen klimmers zich af of je in deze tijd van social media, Youtube en Gopro nog op expeditie kunt zonder te filmen. En wat is eigenlijk een expeditie? Deze Everest-beklimming werd smalend ‘klettersteig’ genoemd. Dus hoe ziet de toekomst van de (Nederlandse) bergfilm eruit? Van der Steen gaf aan dat een recente subsidieaanvraag was afgewezen; er had een filmplan moeten ingediend. Ze vroeg zich af of ze wel iemand zou kunnen vinden die de benodigde klim- en filmcapaciteiten heeft om mee te kunnen op expeditie. Moet er überhaupt een filmploeg mee, of doe je het zelf? Het kostenaspect is daarbij ook een afweging. Van tevoren nadenken over hoe en wat je gaat filmen zou geen obstakel mogen zijn. Het schrijven van een businessplan voor een startende ondernemer lijkt ook ingewikkelder dan het is. Op het DMFF is het leeuwendeel van de films buitenlands (80%). Wij hopen dat Nederlandse klimmers hun filmplannen op papier krijgen en dat er meer Nederlandse producties op toekomstige edities van DMFF te zien zijn.

Andere geplande previews zijn op 24 januari in Rocca (Gulpen) en op 31 januari in Atelierhaus Aachen in Aken (D).

Door: Hayco Volkers en Marc Janssen

Foto’s: Pascal Moors

Leave a Reply